Spaanse woordjes leren hoeft geen eindeloos stampen te zijn. Met een paar slimme keuzes onthoud je meer in minder tijd: begin met de woorden die je al half kent, leer in zinnen en herhaal op het juiste moment. In dit artikel lees je hoe dat werkt, en je ontdekt meteen een paar van de leukste Spaanse woorden.
Begin met de woorden die je het vaakst hoort
In elke taal komt een kleine groep woorden steeds terug. In het Spaans zijn dat woordjes als el, la, que, de, y, no, es en en. Die hoor je in bijna elke zin.
Leer daarna de woorden die bij jouw situatie passen. Ga je op vakantie? Dan heb je meer aan eten, drinken en getallen dan aan woorden over werk. Een handige vraag: zou ik dit woord deze maand kunnen gebruiken? Zo ja, dan komt het op je lijst.
Profiteer van woorden die je al kent
Het Spaans heeft duizenden woorden die op het Nederlands of Engels lijken. Een paar patronen maken je woordenschat in één klap groter:
| Spaanse uitgang | Nederlandse uitgang | Voorbeelden |
|---|---|---|
| -ción | -tie | información, situación, nación |
| -dad | -teit | universidad, realidad, calidad (kwaliteit) |
| -ista | -ist | artista, turista, dentista |
| -oso | -eus | famoso, delicioso, curioso |
Ken je het patroon, dan herken je honderden woorden die je nooit apart hebt geleerd. Let wel op valse vrienden: woorden die lijken op iets wat je kent, maar iets anders betekenen.
Leer woorden in korte zinnen
Een los woord zweeft in je hoofd. Een woord in een zin heeft houvast. Leer dus niet alleen libro (boek), maar un libro interesante (een interessant boek). Niet alleen casa (huis), maar mi casa es pequeña (mijn huis is klein).
Dat heeft drie voordelen. Je leert het lidwoord meteen mee, je ziet hoe het woord in een zin werkt en je hebt direct iets wat je kunt zeggen. Juist zinnen die je echt gaat gebruiken, blijven het beste hangen.
Leuke Spaanse woordjes om te kennen
Spaans heeft een paar woorden waar het Nederlands geen goed woord voor heeft. Niet de eerste woorden die je nodig hebt, maar wel woorden die laten zien hoe de taal denkt:
- Sobremesa: het blijven zitten en praten aan tafel na het eten. In Spanje kan dat uren duren.
- Madrugada: de uren na middernacht tot de ochtend. Handig in een land waar het avondeten om tien uur begint.
- Estrenar: iets voor het eerst dragen of gebruiken, zoals een nieuwe jas.
- Tocayo: iemand met dezelfde voornaam als jij.
- Friolero: iemand die het altijd snel koud heeft.
- Vale: het Spaanse “oké”, dat je in Spanje werkelijk overal hoort.
Zulke woorden onthoud je vaak na één keer, omdat ze een verhaal hebben.
Zo bouw je een herhaalschema met kaarten
Het geheim van woorden onthouden is niet hoe vaak je herhaalt, maar wanneer. Het Leitner-systeem, bedacht door de Duitse journalist Sebastian Leitner, maakt dat simpel met drie stapels:
- Stapel 1: nieuw en fout. Deze oefen je elke dag.
- Stapel 2: één keer goed. Deze oefen je om de paar dagen.
- Stapel 3: meerdere keren goed. Deze oefen je eens per week.
Heb je een kaart goed, dan schuift hij een stapel op. Heb je hem fout, dan gaat hij terug naar stapel 1. Zo besteed je de meeste tijd aan woorden die je nog niet kent, en komen woorden die je al beheerst alleen af en toe langs om ze vast te houden.
Tien minuten per dag is genoeg. Begin met stapel 1, pak daarna wat er volgens schema aan de beurt is en voeg een paar nieuwe kaarten toe.
Met fysieke kaarten werkt dit extra goed: je ziet letterlijk hoe stapel 3 groeit. Wil je beginnen? Bekijk Spaans leren met taalkaarten.
Bronnen
- Atkinson, R. C. & Raugh, M. R. (1975). An application of the mnemonic keyword method to the acquisition of a Russian vocabulary. Journal of Experimental Psychology: Human Learning and Memory, 1(2), 126 tot 133.
- Leitner, S. (1972). So lernt man lernen. Freiburg: Herder.